Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Syrische nationaliteit dragende asielzoeker, werd op 10 december 2022 een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel werd op 14 december 2022 opgeheven omdat de asielaanvraag zich niet leende voor afdoening in de grensprocedure. Eiser stelde beroep in tegen het besluit en verzocht tevens om schadevergoeding wegens vermeende onrechtmatigheid van de tenuitvoerlegging.
De rechtbank beperkte haar beoordeling tot de vraag of de tenuitvoerlegging onrechtmatig was geweest en of schadevergoeding toekomt. Eiser voerde aan dat zijn medische omstandigheden, waaronder hoge bloeddruk, diabetes en schildklierproblemen, onvoldoende waren meegewogen bij het niet toepassen van een lichter middel. Verweerder had echter in het besluit en het proces-verbaal van bevindingen duidelijk gemaakt dat deze omstandigheden waren betrokken en dat er op het aanmeldcentrum medische zorg en medicatie beschikbaar is.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit geen motiveringsgebrek bevat en dat het grensbewakingsbelang zwaarder weegt dan de medische omstandigheden, mede omdat eiser zelf aangaf de maatregel te accepteren en geen bewijs leverde van ongeschiktheid voor behandeling op de locatie. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.