ECLI:NL:RBDHA:2023:548
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering Ooievaarspas en proceskostenvergoeding
Eiseres diende op 19 april 2020 een aanvraag in voor een Ooievaarspas bij het college van burgemeester en wethouders van Den Haag. Na aanvankelijk afwijzing en een niet-ontvankelijk verklaard bezwaar, werd in een later besluit het bezwaar gegrond verklaard en een Ooievaarspas verstrekt voor 2021. Eiseres betoogde dat zij onterecht als fraudeur werd bestempeld en verzocht om eerherstel, kwijtschelding van gemeentelijke belastingen, proceskostenvergoeding en een schadevergoeding van €1.100.
De rechtbank oordeelde dat verzoeken om kwijtschelding en eerherstel buiten de procedure vielen en dat het college terecht geen proceskostenvergoeding in bezwaar toekende omdat hier niet tijdig om was verzocht. De reeds toegekende schadevergoeding van €695 plus verstrekte voordelen werd als toereikend beschouwd, ondanks dat eiseres aanvullende schadeposten noemde zonder bewijs.
Het beroep tegen het eerste besluit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang, het beroep tegen het tweede besluit ongegrond. Wel werd het college veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten in beroep van €1.674, omdat de gemachtigde van eiseres beroepsmatig rechtsbijstand verleende. De overige verzoeken werden afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het eerste besluit is niet-ontvankelijk, het beroep tegen het tweede besluit ongegrond, het verzoek om aanvullende schadevergoeding afgewezen en het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.