ECLI:NL:RBDHA:2023:5536
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na ingetrokken beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag mvv
Verzoeker heeft op 2 november 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een machtiging voor voorlopig verblijf (mvv) van 21 oktober 2021. Tijdens het beroep heeft de staatssecretaris alsnog een besluit genomen en de aanvraag ingewilligd, waarna verzoeker het beroep heeft ingetrokken en proceskostenvergoeding heeft gevraagd.
De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om proceskosten, maar er is geen reactie ontvangen. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank bij ingetrokken beroep het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten indien het bestuursorgaan aan verzoeker tegemoet is gekomen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder inderdaad aan verzoeker tegemoet is gekomen door alsnog een besluit te nemen. Daarom is het verzoek om proceskostenvergoeding gegrond. De proceskosten worden vastgesteld op €418,50, gebaseerd op een puntentelling van 1 punt en een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van het beroep.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van deze proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter C.H. de Groot en openbaar gemaakt op www.rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van proceskosten van €418,50 aan verzoeker.