ECLI:NL:RBDHA:2023:5541
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na ingetrokken beroep wegens niet tijdig beslissen op machtigingsaanvragen
Verzoekers, van Syrische nationaliteit, hebben op 28 november 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvragen voor een machtiging voor voorlopig verblijf (mvv) van 4 mei 2022. Nadat de staatssecretaris op 11 januari 2023 alsnog de aanvragen heeft ingewilligd, hebben verzoekers het beroep ingetrokken en een vergoeding van proceskosten gevraagd.
De rechtbank heeft de staatssecretaris in de gelegenheid gesteld te reageren, waarna deze aangaf bereid te zijn de proceskosten te vergoeden tot een bedrag van €418,50. De rechtbank heeft vervolgens zonder zitting uitspraak gedaan op het verzoek om proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank oordeelt dat de proceskostenveroordeling gegrond is omdat het beroep is ingetrokken vanwege het alsnog nemen van een besluit door het bestuursorgaan. De proceskosten worden vastgesteld op €418,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij een wegingsfactor van 0,5 wordt toegepast vanwege de beperkte aard van het beroep.
De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van deze proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter C.H. de Groot en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €418,50 na intrekking van het beroep wegens niet tijdig beslissen.