ECLI:NL:RBDHA:2023:5541

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 april 2023
Publicatiedatum
19 april 2023
Zaaknummer
NL22.24246
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na ingetrokken beroep wegens niet tijdig beslissen op machtigingsaanvragen

Verzoekers, van Syrische nationaliteit, hebben op 28 november 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvragen voor een machtiging voor voorlopig verblijf (mvv) van 4 mei 2022. Nadat de staatssecretaris op 11 januari 2023 alsnog de aanvragen heeft ingewilligd, hebben verzoekers het beroep ingetrokken en een vergoeding van proceskosten gevraagd.

De rechtbank heeft de staatssecretaris in de gelegenheid gesteld te reageren, waarna deze aangaf bereid te zijn de proceskosten te vergoeden tot een bedrag van €418,50. De rechtbank heeft vervolgens zonder zitting uitspraak gedaan op het verzoek om proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

De rechtbank oordeelt dat de proceskostenveroordeling gegrond is omdat het beroep is ingetrokken vanwege het alsnog nemen van een besluit door het bestuursorgaan. De proceskosten worden vastgesteld op €418,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij een wegingsfactor van 0,5 wordt toegepast vanwege de beperkte aard van het beroep.

De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van deze proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter C.H. de Groot en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €418,50 na intrekking van het beroep wegens niet tijdig beslissen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.24246

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam],

geboren op [geboortedatum]
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum]
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum]
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum]
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum]
van Syrische nationaliteit,
verzoekers,
v-nummer: [nummers]
(gemachtigde: mr. J. Eliya),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verzoekers hebben op 28 november 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvragen voor een machtiging voor voorlopig verblijf (mvv) van 4 mei 2022.
Bij besluit van 11 januari 2023 heeft verweerder de aanvragen van verzoekers ingewilligd.
Verzoekers hebben vervolgens het beroep ingetrokken en verzocht om een vergoeding van proceskosten.
De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek.
Verweerder heeft de rechtbank meegedeeld dat verweerder bereid is de proceskosten voor het indienen van het beroep niet tijdig beslissen in onderhavige procedure te vergoeden tot een bedrag van € 418,50.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. De rechtbank stelt vast dat verweerder aan verzoekers tegemoet is gekomen door hangende het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog een beslissing te nemen op de aanvragen van verzoekers van 4 mei 2022.
3. Uit het voorgaande volgt dat het verzoek om vergoeding van de proceskosten kennelijk gegrond is.
4. De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten die verzoekers hebben gemaakt. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 418,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift ter waarde van € 837,- en wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 418,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, rechter, in aanwezigheid van A.J. Kinds, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.