De rechtbank Den Haag heeft op 5 april 2023 besloten tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen, geboren in 2009 en 2013, die feitelijk in een pleeggezin verblijven. De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag, maar de kinderen zijn na een roerige periode tijdelijk teruggeplaatst bij de moeder en later in een netwerkpleeggezin vanwege de opname van de moeder.
De kinderrechter acht de gronden voor ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing nog aanwezig, gezien de emotionele en concentratieproblemen van de kinderen, en het belang van continuering van hulpverlening en traumabehandeling. De verlenging van de ondertoezichtstelling is vastgesteld voor twaalf maanden, terwijl de machtiging tot uithuisplaatsing wordt verlengd voor zes maanden met aanhouding van het resterende deel.
De beslissing is genomen na behandeling met gesloten deuren, waarbij de ouders niet aanwezig waren. De gecertificeerde instelling wordt verplicht uiterlijk twee weken voor een nader te bepalen zitting een schriftelijke update te verstrekken over de voortgang en het standpunt omtrent het aangehouden deel van het verzoek. Het hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.