Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2023:5593

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 april 2023
Publicatiedatum
19 april 2023
Zaaknummer
C/09/645748 / JE RK 23-713
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:257 BWArt. 800 lid 3 RvArt. 807 RvArt. 809 lid 3 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige ondertoezichtstelling minderjarige wegens risicovol gedrag en escalaties

De rechtbank Den Haag heeft op 12 april 2023 een beschikking gegeven tot voorlopige ondertoezichtstelling van een minderjarige, geboren in 2009, naar aanleiding van een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming. De minderjarige vertoonde de afgelopen periode risicovol gedrag, waaronder het bedreigen van anderen met een mes en het veroorzaken van overlast, wat leidde tot betrokkenheid van crisis- en hulpdiensten.

De ouders zijn gescheiden en hebben gezamenlijk het ouderlijk gezag, waarbij de minderjarige feitelijk bij de moeder verblijft. Door de escalaties en het onvermogen van de moeder om de veiligheid te waarborgen, achtte de kinderrechter het dringend noodzakelijk om de minderjarige voorlopig onder toezicht te stellen. Er is geen geschikte crisisopvang beschikbaar, maar intensieve hulpverlening zal worden ingezet.

De beschikking geldt van 12 april tot 26 april 2023, met een zitting gepland op 25 april 2023 om de situatie verder te beoordelen. De kinderrechter benadrukte dat het verhoor van de betrokkenen niet kan worden afgewacht vanwege het onmiddellijke gevaar voor de minderjarige. De beschikking is openbaar uitgesproken en er staat alleen cassatie in het belang der wet open tegen deze beslissing.

Uitkomst: Minderjarige wordt voorlopig onder toezicht gesteld van 12 tot 26 april 2023 wegens acuut gevaar.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaaksgegevens: C/09/645748 / JE RK 23-713
Datum uitspraak: 12 april 2023

Beschikking van de kinderrechter

Voorlopige ondertoezichtstelling; spoedvoorziening

in de zaak naar aanleiding van het op 12 april 2023 ingekomen verzoekschrift van:

de Raad voor de Kinderbescherming, regio Haaglanden,

hierna te noemen: de Raad,
betreffende:
-
[minderjarige01], geboren op [geboortedatum01] 2009 te [geboorteplaats01] ,
hierna te noemen: [minderjarige01] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de man01] ,

hierna te noemen: de vader,
wonende te [woonplaats01] ,

[de vrouw01] ,

hierna te noemen: de moeder,
wonende te [woonplaats01] .
De kinderrechter merkt als informant aan:

Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,

Het procesverloop

De kinderrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlagen.

Feiten

  • Het huwelijk van de vader en de moeder is door echtscheiding ontbonden.
  • De vader en de moeder zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag.
  • [minderjarige01] verblijft feitelijk bij de moeder.

Verzoek

Het verzoek strekt tot ondertoezichtstelling van [minderjarige01] , met toepassing van artikel 1:257 van Pro het Burgerlijk Wetboek.
Het verzoek strekt ook tot toepassing van het bepaalde in artikel 800, derde lid, en artikel 809, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Beoordeling

Op grond van de informatie, zoals die is gebleken uit het verzoekschrift, de daarbij gevoegde bijlagen en een telefonisch verkregen nadere toelichting, komt de kinderrechter tot het oordeel dat het dringend en onverwijld noodzakelijk is [minderjarige01] , hangend een nader in te stellen onderzoek naar de vraag of de ondertoezichtstelling geboden is, voorlopig onder toezicht te stellen.
Het verhoor van de verzoeker en de belanghebbenden kan niet worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige01] . De reden daarvoor is dat [minderjarige01] de afgelopen periode in toenemende mate risicovol gedrag heeft laten zien waardoor de crisis- en hulpdiensten meerdere malen betrokken zijn geweest. [minderjarige01] heeft daarbij onder andere mensen die haar willen helpen pijn gedaan, glas kapot gegooid en een mes gepakt en anderen hiermee bedreigd en deze op haar eigen keel gezet. [naam01] is na deze escalaties sinds 6 april 2023 niet meer in contact gekomen met de moeder. De spanningen zijn thuis verder opgelopen en afgelopen weekend heeft er opnieuw een escalatie plaatsgevonden waarbij [minderjarige01] zichzelf heeft verwond en voor overlast heeft gezorgd. De moeder kan de veiligheid van [minderjarige01] niet langer waarborgen, maar er is geen geschikte (crisis)plek voor [minderjarige01] gevonden. Ter overbrugging zal [naam02] worden ingezet om intensieve hulpverlening te bieden in het gezin en deze hulpverlening kan per 13 april starten. Er is echter sprake van een patroon bij de moeder waarbij zij wisselend is in het accepteren van hulpverlening en de verwachting is dat de moeder (opnieuw) uit het contact zal treden als zich weer een acute situatie zal voordoen, waardoor er geen samenwerking meer mogelijk zal zijn. De kinderrechter acht het gedwongen kader van een ondertoezichtstelling daarom nodig. Het verhoor zal op hierna te melden zitting plaatsvinden.
Daarom zal als volgt worden beslist.

Beslissing

De kinderrechter:
stelt [minderjarige01] van 12 april 2023 tot 26 april 2023 voorlopig onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland;
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot de zitting van:
25 april 2023 te 10:45 uur;
gelast de griffier tegen voormelde zitting op te roepen:
  • de Raad voor de Kinderbescherming;
  • Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland;
  • de vader;
  • de moeder;
  • [minderjarige01] , voor het kindgesprek .
Deze beschikking is gegeven door mr. D.G.J. Dop, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. V.A.H. Schoorl als griffier en in het openbaar uitgesproken op 12 april 2023.
Ingevolge artikel 807 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering staat tegen deze beslissing geen andere voorziening open dan cassatie in het belang der wet.