ECLI:NL:RBDHA:2023:5620

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 april 2023
Publicatiedatum
20 april 2023
Zaaknummer
NL23.3562
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 42 Vreemdelingenwet 2000Dublinverordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdig beslissen asielaanvraag na ingebrekestelling

Eiseres, van Afghaanse nationaliteit, diende op 29 december 2021 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na een claim bij de Italiaanse autoriteiten op grond van de Dublinverordening werd zij op 2 november 2022 toegelaten tot de nationale procedure. Vervolgens diende zij op 25 november 2022 een nieuwe asielaanvraag in.

Op 18 januari 2023 stelde eiseres de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid in gebreke wegens het niet tijdig beslissen op haar aanvraag. Zij stelde op 6 februari 2023 beroep in tegen het uitblijven van een besluit. De rechtbank oordeelt dat op het moment van ingebrekestelling de bestuursrechter nog niet in gebreke was en dat de ingebrekestelling niet voldeed aan de wettelijke vereisten.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter C.H. de Groot en griffier N.G. Fuller en is openbaar gemaakt op 20 april 2023.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een geldige ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.3562

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiseres,

geboren op [geboortedatum],
V-nummer: [v-nummer]
mede namens haar minderjarige kinderen:
[naam],
geboren op [geboortedatum],
V-nummer: [v-nummer]
[naam],
geboren op [geboortedatum],
V-nummer: [v-nummer]
allen van Afghaanse nationaliteit,
(gemachtigde: mr. A.S. Sewman),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft op 29 december 2021 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Op 28 februari 2022 is een claim gelegd bij de Italiaanse autoriteiten op grond van de Dublinverordening. Bij brief van 2 november 2022 heeft verweerder eiseres meegedeeld dat eiseres niet binnen de termijn als bedoeld in artikel 29, tweede lid, Dublinverordening is overgedragen aan Italië en dat eisers daarom is toegelaten tot de nationale procedure.
Bij brief van 18 januari 2023 heeft eiser verweerder in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Eiser heeft vervolgens op 6 februari 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. In artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb is bepaald dat, voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit wordt gelijkgesteld.
3. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb, voor zover hier van belang, is bepaald dat een beroepschrift gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
4. Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) moet verweerder binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen.
5. In artikel 42, zesde lid, Vw is bepaald dat indien in het kader van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 wordt Pro onderzocht of de aanvraag op grond van artikel 30 niet Pro in behandeling dient te worden genomen, vangt de termijn, bedoeld in het eerste lid, aan op het tijdstip waarop overeenkomstig de Dublinverordening wordt vastgesteld dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek.
6. Verweerder heeft eiseres op 2 november 2022 bij brief laten weten dat zij opgenomen is in de nationale procedure. Omdat eiseres op dat moment geen openstaande asielprocedure meer had in Nederland, werd zij door verweerder verzocht opnieuw een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen. Middels deze nieuwe asielaanvraag zal eiser in beginsel toegelaten worden tot de nationale procedure.
7. Eiseres heeft op 25 november 2022 een asielaanvraag ingediend. Op 18 januari 2023 heeft eiseres verweerder in gebreke gesteld. Uit hetgeen hiervoor is overwogen blijkt echter dat verweerder op dat moment nog niet in gebreke was te beslissen op de aanvraag. Nu er geen sprake is van een geldige ingebrekestelling zoals bedoeld in artikel 6:12 van Pro de Awb is het beroep niet-ontvankelijk.
8. Het beroep is, gelet op het voorgaande, kennelijk niet-ontvankelijk.
9. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, rechter, in aanwezigheid van N.G. Fuller, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.