ECLI:NL:RBDHA:2023:5628

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 april 2023
Publicatiedatum
20 april 2023
Zaaknummer
NL23.3569
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf

Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvragen voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf bij Hazem Kazal. De staatssecretaris heeft vervolgens bij besluit van 20 februari 2023 de gevraagde mvv’s verleend. Hierop hebben verzoekers hun beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.

De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de rechtbank een bestuursorgaan kan veroordelen in de proceskosten als het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan aan de indiener tegemoet is gekomen. Nu de staatssecretaris niet tijdig op de aanvragen heeft beslist maar deze alsnog heeft ingewilligd, is hij geheel aan het beroep tegemoetgekomen.

De rechtbank acht het verzoek tot proceskostenvergoeding kennelijk gegrond en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van € 418,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht met een wegingsfactor ‘licht’. Tevens moet de griffierecht van € 184 worden vergoed. De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem en griffier A.S. Hamans en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep toe en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.3569

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], verzoekster 1, V-nummer: [nummer]

[naam], verzoekster 2, V-nummer: [nummer]
[naam], verzoeker, V-nummer: [nummer]
[naam], verzoekster 3, V-nummer: [nummer]
hierna gezamenlijk te noemen: verzoekers
(gemachtigde: mr. J.W. van de Wege),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf bij Hazem Kazal.
Bij besluit van 20 februari 2023 heeft verweerder de gevraagde mvv’s verleend.
Verzoekers hebben het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de aanvragen van verzoekers heeft besloten en deze aanvragen hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft ingewilligd, is verweerder geheel aan het beroep van verzoekers tegemoetgekomen.
3. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 418,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. Ook moet verweerder het door verzoekers betaalde griffierecht van € 184 vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:
 veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 418,50 (vierhonderdachttien euro en vijftig cent);
 bepaalt dat verweerder het door verzoekers betaalde griffierecht ter hoogte van € 184 (honderdvierentachtig euro) moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.