ECLI:NL:RBDHA:2023:5637
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning dakopbouw in Den Haag
Verzoekers, eigenaren van de bovenwoning naast de vergunninghoudster, verzochten om een voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor een dakopbouw met een extra appartement. De voorzieningenrechter oordeelde dat er voldoende spoedeisend belang was om het verzoek inhoudelijk te beoordelen.
De voorzieningenrechter stelde vast dat geen sprake was van bouwkundige splitsing van de bestaande woning, waardoor het verbod in het bestemmingsplan niet werd geschonden. De parkeernorm werd door verweerder onderbouwd met de Nota Parkeernormen Den Haag 2021 en niet concreet betwist door verzoekers.
De bezwaren over schaduwwerking en privacy werden afgewezen omdat een bezonningsstudie bij het bestemmingsplan was uitgevoerd en de dakopbouw niet significant afwijkt van de daarin beoordeelde situatie. Ook werd geen onaanvaardbare aantasting van privacy vastgesteld.
Verder was aannemelijk gemaakt dat het bouwplan voldoet aan het Bouwbesluit 2012, en de vermeende waardevermindering van de woning valt buiten het beoordelingskader van de omgevingsvergunning. Onjuiste tekeningen werden toegelicht en vormden geen grond voor schorsing.
De voorlopige voorziening werd daarom afgewezen, waardoor de vergunning blijft gelden en de dakopbouw gerealiseerd mag worden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor de dakopbouw is afgewezen.