Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 maart 2023 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Geschil2. In geschil is de waarde van de onroerende zaak op de waardepeildatum.
- [adres 3] [nummer 2] met een verkoopprijs van € 875.000 op 1 juli 2020, een bruto vloeroppervlak van 600 m2, een huurwaarde van € 87.000 (€ 1.458 per m2), resulterend in een afgeleide kapitalisatiefactor van 10,1;
- [adres 4] [nummer 3] met een verkoopprijs van € 439.875 op 18 december 2018, een bruto vloeroppervlak van 1.000 m2, een huurwaarde van € 44.300 (€ 440 per m2), resulterend in een afgeleide kapitalisatiefactor van 9,9;
- [adres 5] [nummer 4] met een verkoopprijs van € 520.000 op 27 juni 2019, een bruto vloeroppervlak van 755 m2, een huurwaarde van € 45.669 (€ 689 per m2), resulterend in een afgeleide kapitalisatiefactor van 11,4;
- [adres 6] [nummer 5] met een verkoopprijs van € 420.000 op 6 december 2018, een bruto vloeroppervlak van 761 m2, een huurwaarde van € 43.644 (€ 552 per m2), resulterend in een afgeleide kapitalisatiefactor van 9,6;
- [adres 7] [nummer 6] met een verkoopprijs van € 786.300 op 3 juli 2018, een bruto vloeroppervlak van 1.026 m2, een huurwaarde van € 86.837 (€ 766 per m2), resulterend in een afgeleide kapitalisatiefactor van 9,1;
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond; en
- wijst het verzoek om immateriële schadevergoeding af.
mr. B. van Eeuwijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 maart 2023.