ECLI:NL:RBDHA:2023:5739
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning tuinberging wegens strijd bestemmingsplan en gebrekkige motivering
Eisers vroegen op 13 augustus 2020 een omgevingsvergunning aan voor een reeds gerealiseerde tuinberging met overkapping op hun perceel. Verweerder weigerde deze vergunning op grond van strijd met het bestemmingsplan en handhaafde dit besluit na bezwaar. Eisers voerden onzorgvuldige besluitvorming aan en beroepen zich op het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel.
De rechtbank constateerde dat verweerder een fout had hersteld in de bestemmingsomschrijving van het perceel, wat als een kennelijke verschrijving werd gezien. Eisers betoogden dat het bouwwerk in een zijerfgebied lag en daarom vergunningvrij kon zijn, maar de rechtbank volgde verweerder en de commissie in de uitleg dat het bouwwerk in het voorerfgebied lag en dus vergunningplichtig was. Verweerder baseerde de weigering mede op een negatief stedenbouwkundig advies dat het bouwwerk niet inpasbaar achtte.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit gebrekkig was gemotiveerd omdat verweerder niet alle voorwaarden uit het gemeentelijke afwijkingenbeleid had onderzocht. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand vanwege het herstel van het motiveringsgebrek in het verweer. Eisers kregen vergoeding van griffierecht en proceskosten toegewezen.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat geen toezegging was gedaan en het uitblijven van reactie geen gerechtvaardigd vertrouwen wekte. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde wegens onvoldoende gelijke gevallen. De rechtbank bevestigde dat eisers zonder vergunning hebben gebouwd en dat dit voor hun risico blijft.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.