AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing beroep tegen maatregel van bewaring op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet 2000
Eiseres, met de Chileense nationaliteit en geboren in 1992, werd op 30 maart 2023 een maatregel van bewaring opgelegd door verweerder op grond van artikel 59 vanPro de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel werd genomen vanwege het risico dat eiseres zich aan toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou ontwijken of belemmeren.
Eiseres voerde aan dat een lichter middel passend zou zijn vanwege haar zwangerschap en haar wens om terug te keren naar Chili. Zij had contact gezocht met het IOM om terugkeer te faciliteren. De rechtbank stelde echter vast dat de gronden voor bewaring niet werden betwist en dat verweerder terecht geen lichter middel toepaste, mede omdat eiseres haar vertrek niet concreet had gemaakt en geen bewijs had geleverd van een terugkeerregeling met het IOM.
Ook was eiseres onder medische behandeling in het detentiecentrum, zonder aanwijzingen dat de zorg onvoldoende was. De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.9885
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], eiseres
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. S. Benayad),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. C. van Twillert).
Procesverloop
Bij besluit van 30 maart 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiseres de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
Partijen hebben toestemming verleend de zaak schriftelijk af te doen. Eiseres heeft op 7 april 2023 de gronden van het beroep ingediend. Verweerder heeft op 11 april 2023
een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft op 14 april 2023 het onderzoek
gesloten.
Overwegingen
1. Eiseres stelt de Chileense nationaliteit te hebben en te zijn geboren op 7 januari 1992.
2. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de openbare orde de maatregel vordert, omdat het risico bestaat dat eiseres zich aan het toezicht zal onttrekken en eiseres de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. Verweerder heeft, onder verwijzing naar artikel 5.1b, eerste, derde en vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit (Vb), als zware gronden vermeld dat eiseres:
3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan; 3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;
en als lichte gronden vermeld dat eiseres: 4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft; 4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.
3. Eiseres voert aan dat verweerder had moeten volstaan met een lichter middel, omdat zij zich ernstig zorgen maakt om haar zwangerschap en terug wil keren naar Chili. Eiseres heeft inmiddels contact gezocht met het IOM om de terugkeer mogelijk te maken.
4. De rechtbank overweegt als volgt.
5. De rechtbank stelt vast dat de gronden die aan de maatregel van bewaring ten grondslag zijn gelegd niet worden betwist. Deze gronden en de daarbij gegeven motivering zijn voldoende om het risico op onttrekking en belemmering of ontwijking van de uitzettingsprocedure aanwezig te achten. Verder heeft verweerder op goede gronden geen lichter middel hoeven toe te passen. De rechtbank is het met verweerder eens dat eiseres niet heeft voldaan aan de voorwaarden van artikel 59, derde lid, Vw. Zij heeft haar vertrekwens niet geconcretiseerd en niet is gebleken dat eiseres haar vertrek met het IOM heeft geregeld. Verder staat eiseres onder behandeling van de medische dienst van het detentiecentrum. Er is gesteld noch gebleken dat deze medische zorg onvoldoende zou zijn.
Conclusie
6. Nu ook anderszins niet is gebleken dat de maatregel van bewaring onrechtmatig moet worden geacht, is het beroep ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond; - wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P. Verloop, rechter, in aanwezigheid van mr. J.R. Froma, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.