ECLI:NL:RBDHA:2023:5789
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Britse vreemdeling wegens onvoldoende bewijs onveiligheid in VK
Eiser, een Britse vreemdeling, vroeg asiel aan vanwege problemen met criminelen in zijn woonomgeving en vreesde voor zijn veiligheid na hacken van zijn telefoon. De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond en legde een inreisverbod op. De rechtbank oordeelde dat eiser weliswaar geloofwaardig was over zijn situatie, maar onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het Verenigd Koninkrijk als veilig land van herkomst voor hem niet geldt.
De rechtbank stelde vast dat eiser geen bewijs leverde dat hij bescherming van de Britse autoriteiten had gezocht of dat deze hem niet zouden bieden. Hoewel eiser aangaf dat de politie hem niet hielp met huisvesting, verwees de politie hem wel naar de gemeente. Eiser had geen aangifte gedaan of klachten ingediend bij hogere autoriteiten, noch kon hij aantonen dat hij in een getuigenbeschermingsprogramma was opgenomen.
De rechtbank verklaarde het beroep ontvankelijk ondanks een te late indiening van beroepsgronden vanwege een niet-toerekenbare digitale storing. Uiteindelijk werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep op de afwijzing van de asielaanvraag werd ongegrond verklaard en het inreisverbod gehandhaafd.