ECLI:NL:RBDHA:2023:5793
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Colombiaanse vreemdeling wegens ongeloofwaardig asielrelaas
Eiser, een Colombiaanse vreemdeling, verzocht om een verblijfsvergunning asiel na een incident waarbij hij beweert door bendeleden te zijn beroofd en bedreigd. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond vanwege tegenstrijdigheden en ongeloofwaardigheden in het asielrelaas.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht de verklaringen van eiser over de bedreiging en benadering door een bende ongeloofwaardig heeft bevonden. Tegenstrijdigheden over werktijden, de wijze van overhandiging van het geld en de positie van motorrijders bij de beroving zijn onvoldoende opgehelderd. Ook het ontbreken van concrete bedreigingen na het incident en het niet kunnen benoemen van de bende versterken dit oordeel.
De rechtbank bevestigt dat verweerder een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling heeft gemaakt en dat de afwijzing als kennelijk ongegrond gerechtvaardigd is. Hierdoor is ook het opleggen van een vertrektermijn en inreisverbod rechtsgeldig. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen wegens ongeloofwaardig asielrelaas.