Uitspraak
RECHTBANK
1.[naam01] ,
NINE-NINE B.V.,
1.Procedure
- de dagvaarding met producties van 26 april 2022;
- de brief met bijlagen afkomstig van [naam01] in persoon, ter griffie ingekomen op 5 juli 2022;
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie, met producties, ter griffie ingekomen 29 juni 2022;
- de conclusie van antwoord in reconventie, tevens spreekaantekeningen;
- de zittingsaantekeningen van de griffier;
- het proces-verbaal van zitting;
- de akte uitlaten na mondelinge behandeling zijdens Nostra;
- de antwoordakte met producties zijdens [naam01] ;
- de akte uitlaten producties zijdens Nostra.
2.De feiten
3.Het geschil in conventie
- ontruiming van het gehuurde, op straffe van een dwangsom;
- betaling van een bedrag van € 11.855,86 (huurachterstand tot en met april 2022);
- betaling van de buitengerechtelijke kosten ad € 893,56;
- betaling van een bedrag van € 2.963,96 voor elke ingegane maand vanaf 1 mei 2022 tot de ontruiming;
- wettelijke rente en proceskosten.
4.Het geschil in reconventie
5.De beoordeling in conventie en reconventie
Verontreiniging Whirpool bad
Alarmsysteem en brandalarm
Vlekken in de vloer
Het klimaat kan niet worden geregeld
Verhoogde concentratie lood in water
Schimmel op de tweede etage
Loszittende dakpannen bij het naastgelegen pand
Verstopte dakgoten
Geen waterdruk op de 4e etage
Meerderheid elektrische gordijnen werkt niet
dat dit lastig is” omdat de betreffende “
firma uit Duitsland moeilijk te bereiken [is]”. Pas in haar akte van 15 november 2022 heeft Nostra aangegeven dat de elektrische gordijnen zijn hersteld en dat dit ook zou blijken uit de rapportage van 22 september 2022 van de door [naam01] ingeschakelde deskundige. [naam01] heeft aangevoerd dat het gebrek tot in ieder geval einde huurovereenkomst op 31 oktober 2022 heeft bestaan en verwijst in dat verband naar pagina 9 van de betreffende rapportage. Op die pagina worden de buitenkozijnen behandeld door de deskundige. De buitenkozijnen betreft hieronder klacht sub 14) en kan daardoor niet mede dienen ter onderbouwing van het standpunt dat wordt ingenomen ten aanzien van de elektrische gordijnen. Dat zou leiden tot dubbeltellingen. Onbestreden heeft [naam01] aangevoerd dat hij op 30 oktober 2020 heeft geklaagd over de gordijnen. De kantonrechter stelt op grond van het voorgaande vast dat er over de periode van 30 oktober 2020 tot 22 september 2022 een gebrek heeft bestaan ten aanzien van de elektrische gordijnen, welk gebrek heeft geleid tot een vermindering van het huurgenot.
Slot binnenraam defect
Lichtcirculatie
Buitengevels
Buitenkozijnen
totaal te betalen per maand € 2.925,00”. Aangezien geen van partijen meer hebben gereageerd op elkaar, zal de kantonrechter de huurprijs zoals partijen zijn overeengekomen in de huurovereenkomst volgen zijnde een maandhuur van
€ 2.925,00.
€ 2.778,75. Vanaf aanvang huurovereenkomst op 1 november 2020 tot 1 december 2020 en vervolgens vanaf 22 september 2022 tot en met einde huurovereenkomst op 31 oktober 2022 is [naam01] de volledige huur verschuldigd geweest. Nostra heeft in de dagvaarding gevorderd de huurtermijnen vanaf januari 2022 tot en met april 2022, maar ook de destijds nog toekomstige huurtermijn. De laatste vordering is ingehaald door de tijd zodat de toekomstige vorderingen niet langer toekomstig zijn en met het einde van de huurovereenkomst en de ontruiming per 1 november 2022, kan de kantonrechter inmiddels de totale huurachterstand berekenen. Over de maanden januari 2022 tot 22 september 2022 was [naam01] aan huur een bedrag aan Nostra verschuldigd van (€ 2.778,75 × (8 maanden + 22/30 van een maand)), zijnde € 24.267,38. Over de periode vanaf 22 september 2022 tot en met 31 oktober 2022 was [naam01] aan Nostra een bedrag van (€ 2.925,00 × (1 maand en 8/30 van een maand)) € 3.705,00 aan huur verschuldigd. De totale huurachterstand over de periode van 1 januari 2022 tot 1 november 2022 is aldus (€ 24.267,38 + € 3.705,00) € 27.972,38. Reeds gedane betalingen door [naam01] dienen hierop in mindering te strekken. Ook kan een verrekening plaatsvinden met de te veel betaalde huur ten aanzien van de periode waarover de kantonrechter een huurprijsvermindering heeft toegekend. Voor zover [naam01] nog niet tot betaling is overgegaan van het overige, is hij in verzuim om reden waarvan hij de gevorderde wettelijke rente verschuldigd is.
in verhouding tot de ernst van het gebrekde huurbetalingen geheel of gedeeltelijk opschorten. Opgemerkt zij dat in de (rechts)praktijk blijkt dat een volledige opschorting van de huurbetalingen maar zelden te rechtvaardigen is. Uiteindelijk is gebleken dat [naam01] het overgrote deel van de opgeschorte huur alsnog aan Nostra dient te betalen en zodoende ten onrechte de betaling van de volledige huur heeft opgeschort. Het gevolg daarvan zou zijn geweest toewijzing van een eventuele vordering tot ontbinding en ontruiming, ware het niet dat de kantonrechter hierboven in rechtsoverweging 5.2. reeds heeft overwogen dat Nostra bij die vordering geen belang meer heeft en het zodoende bij deze vaststelling kan blijven.
6.De beslissing
€ 27.972,38, nog te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2022 tot de dag van betaling;
€ 2.682,39;