ECLI:NL:RBDHA:2023:5848
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens tegemoetkoming bestuursorgaan
Verzoekster had beroep ingesteld tegen het besluit van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen om haar rijbewijs ongeldig te verklaren. Na een zitting op 12 april 2022 trok verweerder het bestreden besluit in en verklaarde het bezwaar gegrond. Hierop trok verzoekster haar beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank beoordeelde het verzoek op grond van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht. Omdat verweerder geheel aan het beroep tegemoet was gekomen, werd het verzoek om proceskostenveroordeling als gegrond beschouwd.
De rechtbank stelde de proceskosten vast op €1.674,- voor rechtsbijstand en €14,90 voor reiskosten openbaar vervoer. Daarnaast wees de rechtbank erop dat verweerder verplicht is het griffierecht van €181,- te vergoeden. De totale proceskostenveroordeling bedroeg €1.688,90.
De uitspraak werd gedaan door rechter R.H. Smits op 24 maart 2023 en is verzonden aan partijen. Verzoekster kan zich rechtstreeks tot verweerder wenden voor het griffierecht.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van €1.688,90 aan proceskosten aan verzoekster.