ECLI:NL:RBDHA:2023:5863
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf voor haar gezinsleden. De rechtbank oordeelt dat verweerder de beslistermijn van 90 dagen op grond van de Vreemdelingenwet 2000 heeft overschreden en dat het beroep tijdig is ingediend na een rechtsgeldige ingebrekestelling.
De rechtbank wijst het verzoek om vrijstelling van griffierecht definitief toe vanwege het inkomen van eiseres. Vervolgens stelt de rechtbank vast dat het niet tijdig beslissen gelijkstaat aan een besluit en dat verweerder binnen twintig weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Voor elke dag overschrijding van deze termijn wordt een dwangsom van € 100 opgelegd, met een maximum van € 7.500.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van de reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van € 1.442 en de proceskosten van eiseres van € 418,50. De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, legt een termijn van twintig weken op voor het nemen van een besluit en legt een dwangsom op bij overschrijding.