ECLI:NL:RBDHA:2023:5981
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens intijdige beslissing op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eiser diende op 16 mei 2022 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis asiel bij zijn echtgenote. Verweerder had op grond van de Vreemdelingenwet 2000 uiterlijk 14 november 2022 moeten beslissen, maar verlengde de termijn met drie maanden. Nadat verweerder niet tijdig had beslist, stelde eiser hem op 20 december 2022 in gebreke en diende vervolgens tijdig beroep in.
Verweerder nam op 22 maart 2023 alsnog een besluit en wees de aanvraag toe. Hierdoor verviel de noodzaak tot vernietiging van het niet-tijdig besluit en het opleggen van een dwangsom. Verweerder erkende de maximale bestuurlijke dwangsom van €1.442 wegens de te late beslissing.
De rechtbank oordeelde dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is wegens gebrek aan procesbelang. Desondanks veroordeelde de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van €418,50, omdat verweerder aan eiser tegemoet was gekomen en eiser was vrijgesteld van griffierecht wegens betalingsonmacht.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de aanvraag inmiddels is ingewilligd, en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van €418,50.