Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling, werd op 3 april 2023 een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat deze maatregel onrechtmatig was omdat het onderliggende terugkeerbesluit geen geldig land van terugkeer vermeldde en dat verweerder niet had voldaan aan de informatieplicht volgens artikel 5.3 van het Vreemdelingenbesluit.
De rechtbank oordeelde dat de Terugkeerrichtlijn niet van toepassing was omdat eiser een verzoek om internationale bescherming had ingediend en daarmee rechtmatig in Nederland verbleef. De maatregel van bewaring was gebaseerd op voldoende gronden, waaronder het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken, welke eiser niet betwistte.
Hoewel verweerder niet had voldaan aan de informatieplicht bij uitreiking van de maatregel in een taal die eiser begreep, achtte de rechtbank dit gebrek niet ernstig genoeg om de bewaring onrechtmatig te verklaren. Eiser had immers via een toegewezen advocaat gebruik kunnen maken van zijn procedurele rechten.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eiser ter hoogte van €1.674. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.