Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], verzoekster
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster had bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Verweerder nam niet tijdig een besluit op dit bezwaar, waarna verzoekster beroep instelde bij de rechtbank. Vervolgens besloot verweerder alsnog op het bezwaar, waarna verzoekster het beroep introk en vergoeding van proceskosten vorderde.
De rechtbank stelt vast dat de termijn voor het nemen van een beslissing op het bezwaar op grond van de Vreemdelingenwet 2000 negentien weken bedraagt, gerekend vanaf het einde van de bezwaartermijn. Verweerder had uiterlijk op 11 augustus 2022 moeten beslissen, maar deed dit niet tijdig. Het beroep is daarom kennelijk gegrond.
De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op €418,50, gebaseerd op de beroepsmatige rechtsbijstand van een derde en een lichte wegingsfactor vanwege het beperkte onderwerp van het beroep. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie.
Uitkomst: De staatssecretaris is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten wegens niet tijdig beslissen op bezwaar.