Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], verzoeker
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker, afkomstig uit Afghanistan, diende op 27 januari 2022 een asielaanvraag in. Volgens de Vreemdelingenwet 2000 moest verweerder uiterlijk op 27 juli 2022 beslissen. Echter, vanwege een besluit- en vertrekmoratorium voor Afghaanse vreemdelingen was de beslistermijn verlengd tot 27 juli 2023.
Verzoeker stelde dat verweerder niet tijdig had beslist en startte een beroep wegens niet tijdig beslissen. Dit beroep werd ingetrokken nadat verweerder de aanvraag op 6 januari 2023 had ingewilligd. Verzoeker vroeg vervolgens om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank overwoog dat de ingebrekestelling van verzoeker prematuur was omdat de wettelijke beslistermijn nog niet was verstreken door het moratorium. Hierdoor was het beroep niet-ontvankelijk geweest als het niet was ingetrokken. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd daarom afgewezen als kennelijk ongegrond.
De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem en griffier N.F. Kreeftmeijer, zonder zitting op basis van artikel 8:54 Awb Pro.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van proceskosten wordt afgewezen omdat het beroep niet ontvankelijk zou zijn geweest.