Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Tijdens de procedure heeft de staatssecretaris alsnog besloten de machtiging te verlenen via de Nederlandse ambassade in Beiroet. Hierdoor heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank overweegt dat bij intrekking van het beroep vanwege tegemoetkoming door het bestuursorgaan, proceskostenvergoeding mogelijk is op grond van artikel 8:75a Awb. Omdat de staatssecretaris niet tijdig heeft beslist en het beroep geheel is ingewilligd, wordt het verzoek tot proceskostenvergoeding als kennelijk gegrond toegewezen.
De proceskosten worden vastgesteld op €418,50, gebaseerd op een puntensysteem met een wegingsfactor 'licht' wegens het beperkte onderwerp van het beroep. Daarnaast moet de staatssecretaris het griffierecht van €184 vergoeden. De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van deze bedragen.