Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis asiel, ingediend op 16 juni 2022. Verweerder had uiterlijk 14 december 2022 moeten beslissen, maar heeft dit nagelaten. Eiseres stelde verweerder rechtsgeldig in gebreke op 23 december 2022, waarna het beroep tijdig werd ingediend.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en dat het niet tijdig beslissen gelijkstaat aan een besluit. Gelet op de bijzondere omstandigheden bij aanvragen om gezinshereniging bij asielvergunninghouders, wordt een langere beslistermijn dan de standaard twee weken opgelegd. De rechtbank legt een termijn van twintig weken op waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen.
Daarnaast wordt verweerder verplicht een dwangsom van €100 per dag te betalen voor elke dag dat de termijn wordt overschreden, met een maximum van €7.500. Verweerder wordt ook veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442 en de proceskosten van eiseres van €418,50. Het verzoek om vrijstelling van griffierecht wordt definitief toegewezen.