ECLI:NL:RBDHA:2023:6041
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn van zes maanden, verlengd door de staatssecretaris, is verstreken zonder besluit. Eiseres heeft rechtsgeldig ingebrekestelling gedaan en tijdig beroep ingesteld.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en legt op grond van artikel 8:55d van de Awb een termijn van vier weken op waarbinnen de staatssecretaris alsnog een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €7.500 voor het geval de termijn wordt overschreden.
Daarnaast wordt de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442 en de proceskosten van eiseres van €418,50, alsmede het griffierecht van €184. De rechtbank motiveert de langere termijn vanwege de bijzondere omstandigheden bij aanvragen om gezinshereniging bij houders van een asielvergunning.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de staatssecretaris op binnen vier weken alsnog een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.