Uitspraak
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van13 april 2023 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser(gemachtigde: G. Gieben),
de heffingsambtenaar van de gemeente Alphen aan den Rijn, verweerder.
De bestreden uitspraak op bezwaar
Zitting
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek tot vergoeding van immateriële schade af.
Overwegingen
€ 282.500) en [adres 4] te [plaatsnaam] (verkocht op 9 juni 2020 voor
€ 225.000). De rechtbank acht de vergelijkingsobjecten goed bruikbaar, nu de woningen van dezelfde bouwperiode zijn en vergelijkbaar zijn qua kwaliteit, onderhoud, uitstraling en voorzieningen. Met verschillen in inhoud en ligging heeft verweerder – zoals inzichtelijk gemaakt aan de hand van de KOUDV-factoren – voldoende rekening gehouden. Dat de voorzieningen van de woning gedateerd zijn, heeft eiser met zijn enkele stelling daartoe niet aannemelijk gemaakt. Naar het oordeel van de rechtbank is [adres 2] , het buurpand van de woning, het best vergelijkbaar met de woning ook al betreft dat een bovenwoning. Zelfs al zou – zoals eiser heeft gesteld – het objectkenmerk doelmatigheid voor dat vergelijkingsobject op 3 (voldoende) worden gesteld in plaats van de toegekende 2 (matig), dan onderbouwt deze vergelijking nog steeds een hogere waarde van de woning dan de door verweerder beschikte waarde. Ook heeft verweerder in het taxatierapport de correcties wegens de VvE-reserves van de vergelijkingsobjecten weergegeven, zodat ook hiermee voldoende rekening is gehouden. De waarde van de woning is niet te hoog vastgesteld.
mr. A.C. van Essen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 april 2023.