Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
6 december 2022.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag.
Eiser betwist deze verantwoordelijkheid en voert aan dat hij geen asielaanvraag in Duitsland heeft gedaan, slechts in een ziekenhuis verbleef, en dat Spanje of Frankrijk verantwoordelijk zouden moeten zijn. Tevens beroept hij zich op artikel 17 van Pro de Dublinverordening en stelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Duitsland niet geldt vanwege systeemgebreken en het ontbreken van rechtsbijstand.
De rechtbank overweegt dat Duitsland het terugnameverzoek heeft aanvaard en dat Zwitserland de claim heeft afgewezen vanwege de verantwoordelijkheid van Duitsland. Omdat Duitsland eiser niet tijdig aan Zwitserland heeft overgedragen, staat de verantwoordelijkheid van Duitsland vast. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Duitsland zijn verplichtingen niet nakomt.
Ook is geen sprake van bijzondere omstandigheden die overdracht aan Duitsland onevenredig hard maken. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling.