ECLI:NL:RBDHA:2023:6099
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op uitstel van vertrek wegens ontoegankelijke medische zorg in Nigeria
Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, verzocht meerdere malen om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege medische klachten, waaronder een beroerte en hoge bloeddruk. Het Bureau Medische Advisering (BMA) adviseerde dat noodzakelijke medische behandeling in Nigeria beschikbaar en toegankelijk is, en dat eiser in staat is te reizen. Verweerder wees het verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond.
Eiser stelde dat de medische zorg in Nigeria ontoegankelijk is, mede vanwege het reisadvies van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en zijn financiële situatie. De rechtbank oordeelde dat het reisadvies te algemeen en summier is om het BMA-advies te weerleggen en dat eiser onvoldoende bewijs leverde dat de zorg daadwerkelijk niet toegankelijk is. Ook werd geoordeeld dat verweerder terecht geen hoorplicht heeft geschonden.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat er een reëel risico bestaat op schending van artikel 3 EVRM Pro door ontoegankelijke medische zorg. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het primaire besluit tot afwijzing van het uitstel van vertrek bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het uitstel van vertrek is ongegrond verklaard omdat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat noodzakelijke medische zorg in Nigeria niet toegankelijk is.