ECLI:NL:RBDHA:2023:6106
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Terugvordering ov-vergoeding buitenland wegens beëindiging buitenlandse studie
Eiseres kreeg van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een besluit tot terugvordering van de ov-vergoeding buitenland over de periode oktober 2021 tot en met april 2022, omdat zij niet langer ingeschreven stond bij een buitenlandse onderwijsinstelling.
Eiseres voerde aan dat zij tijdig had doorgegeven dat zij sinds september 2021 weer in Nederland studeerde en dat de ov-vergoeding moest worden omgezet in het reisrecht. Zij baseerde dit op telefonische contacten met de dienst, maar kon dit niet met bewijs onderbouwen. Verweerder stelde dat geen wijziging was doorgegeven en dat uit controle bleek dat zij per september 2021 in Nederland stond ingeschreven.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het besluit kon herzien en terugvorderen, omdat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij de wijziging tijdig had doorgegeven. Het feit dat eiseres reiskosten maakte zonder reisvoorziening was onvoldoende reden om terugvordering achterwege te laten.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en verweerder mocht de ov-vergoeding terugvorderen.
Uitkomst: Het beroep van eiseres is ongegrond verklaard en de terugvordering van de ov-vergoeding buitenland blijft in stand.