ECLI:NL:RBDHA:2023:6159
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf voor gezinshereniging op grond van artikel 8 EVRM
Eisers, familieleden van een in Nederland verblijvende asielvergunninghoudster, hebben een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aangevraagd om in Nederland te verblijven als familie- of gezinsleden op grond van artikel 8 EVRM Pro. De staatssecretaris heeft deze aanvragen afgewezen wegens onvoldoende bewijs van de familierechtelijke relatie en een belangenafweging waarbij het algemeen belang van de Nederlandse staat zwaarder weegt.
De rechtbank heeft het beroep van eisers behandeld en beoordeeld of de staatssecretaris de aanvragen terecht heeft afgewezen. De rechtbank concludeert dat de staatssecretaris alle relevante feiten en omstandigheden heeft betrokken in zijn belangenafweging en dat deze afweging een fair balance vormt tussen de belangen van eisers en de Nederlandse samenleving.
De rechtbank weegt mee dat referente al jaren zonder eisers in Nederland woont, dat eisers nooit eerder in Nederland verbleven, en dat er geen sterke mate van contact meer is sinds september 2022. Ook het economische belang van de Nederlandse staat en het ontbreken van voldoende inkomen van referente zijn meegenomen.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris het besluit voldoende heeft gemotiveerd en dat het beroep ongegrond is. De mvv-aanvragen zijn terecht afgewezen en eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de mvv-aanvragen.