Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
vierhonderdachttien euro en vijftig cent).
Rechtbank Den Haag
Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag. Verweerder heeft vervolgens de asielaanvraag van eiser bij besluit van 24 februari 2023 ingewilligd. Hierdoor is het beroep feitelijk komen te vervallen omdat het procesbelang is verdwenen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is op grond van artikel 6:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Ondanks de niet-ontvankelijkheid van het beroep, veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van de door eiser gemaakte proceskosten.
De proceskosten worden vastgesteld op €418,50, gebaseerd op één punt voor het indienen van het beroepschrift met een wegingsfactor van 0,5 (licht), conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De rechtbank motiveert de lichte wegingsfactor omdat het beroep uitsluitend ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.
De uitspraak is gedaan door rechter B.F.Th. de Roos en griffier W. van Loon en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is niet-ontvankelijk verklaard en verweerder is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.