Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Indiase vreemdeling die onrechtmatig in Nederland verblijft, werd op 21 maart 2023 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel was gericht op zijn overdracht naar Oostenrijk, waar hij asiel had aangevraagd. Eiser voerde aan dat de bewaring onrechtmatig was omdat hij bezig was met vrijwillig vertrek naar India via de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) en dat de maatregel de zelfstandige vertrekmogelijkheid doorkruist.
De rechtbank oordeelde dat de bewaring rechtmatig was omdat eiser zich onrechtmatig in Nederland bevond en er een concreet aanknopingspunt was voor overdracht naar Oostenrijk op basis van de Dublinverordening. Verweerder had voldoende voortvarend gehandeld door tijdig een claimverzoek bij Oostenrijk in te dienen en een overdrachtsbesluit uit te vaardigen. De trajecten van overdracht naar Oostenrijk en vrijwillig vertrek naar India kunnen parallel lopen zonder elkaar te frustreren.
Eiser stelde ook dat een lichter middel dan bewaring had moeten worden toegepast, gezien zijn vermeende zelfstandige vertrekmogelijkheden. De rechtbank verwierp dit omdat er een significant risico bestond dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken, hij geen geldig paspoort had en bereid was mensensmokkel in te schakelen. Ook medische omstandigheden gaven geen aanleiding tot een lichter middel.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek niet onrechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.