ECLI:NL:RBDHA:2023:6304
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking voorlopige voorziening in vreemdelingenzaak
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de verzoeker een aanvraag ingediend voor toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, welke door de Staatssecretaris buiten behandeling is gesteld. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
Naar aanleiding van de intrekking van het primaire besluit door de Staatssecretaris heeft verzoeker zijn verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken, met het verzoek om proceskostenvergoeding. De voorzieningenrechter heeft de verweerder in de gelegenheid gesteld hierop te reageren, maar er is geen reactie ontvangen.
Op grond van de toepasselijke artikelen van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht oordeelt de voorzieningenrechter dat de Staatssecretaris tegemoet is gekomen aan het verzoek en veroordeelt deze tot betaling van € 837,- aan proceskosten. Verzoeker is vrijgesteld van griffierecht, zodat dit niet wordt vergoed.
Uitkomst: De Staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van € 837,- aan proceskosten na intrekking van het verzoek om voorlopige voorziening.