ECLI:NL:RBDHA:2023:6336
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende afhankelijkheidsrelatie en belangenafweging
Eiseres, geboren in 1944 en met de Turkse nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland om bij haar dochter te verblijven. Verweerder wees de aanvraag af omdat niet was aangetoond dat er sprake was van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen eiseres en haar dochter. Eiseres stelde in beroep dat zij vanwege haar medische situatie en het ontbreken van adequate zorg in Turkije niet zelfstandig kan functioneren en dat zij hechte banden heeft met haar kleinkinderen in Nederland.
De rechtbank oordeelde dat uit de medische stukken niet duidelijk werd welke specifieke zorg eiseres nodig heeft en dat niet was aangetoond dat deze zorg in Turkije niet beschikbaar of onbereikbaar is. Ook was onvoldoende onderbouwd dat eiseres een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie met haar dochter heeft of hechte persoonlijke banden met haar kleinkinderen. Verweerder had bovendien terecht een belangenafweging gemaakt waarbij het belang van een strikt toelatingsbeleid zwaarder woog dan het belang van eiseres.
De rechtbank concludeerde dat de aanvraag terecht was afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter W. Anker en griffier E.C. Jacobs op 28 april 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.