ECLI:NL:RBDHA:2023:6377
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op aanvullende studiefinanciering met terugwerkende kracht voor migrerende werknemer
Eiseres, een burger van de Unie met de Roemeense nationaliteit, verzocht om een aanvullende beurs met terugwerkende kracht voor de jaren 2019 en 2020. Verweerder, de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, wees dit verzoek af omdat studiefinanciering met terugwerkende kracht slechts kan worden toegekend vanaf het begin van het studiejaar waarin de aanvraag wordt gedaan.
Eiseres stelde dat zij als migrerende werknemer recht had op een aanvullende beurs vanaf september 2020, maar de rechtbank stelde vast dat haar aanvraag van 25 september 2020 niet inhield dat zij terugwerkende kracht voor die maand vroeg. Verweerder had haar aanvraag ambtshalve als een aanvraag per 1 oktober 2020 behandeld, en eiseres had tegen die ingangsdatum bezwaar kunnen maken, maar dat niet gedaan.
De rechtbank oordeelde dat het wettelijk niet mogelijk is om studiefinanciering met terugwerkende kracht toe te kennen voor perioden voorafgaand aan het studiejaar waarin de aanvraag is ingediend. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en hoeft verweerder geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvullende beurs met terugwerkende kracht is ongegrond verklaard.