ECLI:NL:RBDHA:2023:642
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tot facilitering overbrenging uit Afghanistan
Verzoeker, een Afghaanse nationaliteithebbende persoon, heeft de minister van Buitenlandse Zaken verzocht om hem en zijn gezinsleden vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen of dit te faciliteren, vanwege gevaar door zijn werkzaamheden voor buitenlandse mogendheden en de moord op zijn vader in Afghanistan.
De minister heeft dit verzoek op 14 maart 2022 afgewezen omdat verzoeker en zijn gezin niet voldoen aan de voorwaarden voor overbrenging zoals bedoeld in de motie Belhaj. Verzoeker stelde dat er een toerekenbare toezegging was gedaan en dat hij aan de voorwaarden voldeed.
De voorzieningenrechter oordeelt dat een dergelijke vergaande voorlopige voorziening alleen kan worden toegekend bij een zwaarwegend spoedeisend belang en twijfel aan de rechtmatigheid van het besluit. Nu de burgerlijke rechter zich reeds over dezelfde feiten en omstandigheden heeft uitgesproken en het verzoek heeft afgewezen, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om het bestreden besluit evident onrechtmatig te achten.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af en hoeft de minister op dit moment geen inspanningen te verrichten voor de overbrenging. Er is nog een bodemprocedure gaande waarin nader onderzoek kan plaatsvinden. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot overbrenging van verzoeker en zijn gezin uit Afghanistan wordt afgewezen.