ECLI:NL:RBDHA:2023:6437
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep en voorlopige voorziening tegen handhavingsbesluit bestemmingsplan strijdig gebruik perceel
Eiser is eigenaar van een perceel waarop een stal, paardenbakken en springtoestellen aanwezig zijn, die volgens het bestemmingsplan niet zijn toegestaan. Het college van burgemeester en wethouders van Teylingen legde eiser een last onder dwangsom op om de strijdige situatie te beëindigen en in stand te houden. Eiser voerde aan dat het gebruik van het perceel ecologisch waardevol is en dat er concreet zicht is op legalisering vanwege een ingediende omgevingsvergunningaanvraag.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen concreet zicht op legalisering bestaat omdat de vergunningaanvraag niet ontvankelijk is verklaard wegens ontbrekende onderbouwing. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat eiser de gemaakte afspraken over het terugbrengen van de paardenbakken naar de situatie van 2010 onvoldoende is nagekomen. Het college heeft terecht handhavend opgetreden.
Verder is het handhavend optreden niet onevenredig, ondanks de persoonlijke omstandigheden van eiser en zijn familie. Het college mag het belang van het behoud van het buitengebied en de weidevogels laten prevaleren. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt verworpen omdat vergelijkbare situaties zijn gelegaliseerd door vergunningverlening en dus niet vergelijkbaar zijn.
De voorzieningenrechter verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Eiser krijgt geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen; het handhavingsbesluit blijft in stand.