Eiser stelde beroep in tegen het vermeende niet tijdig beslissen door verweerder op diverse aanvragen en dwangsommen. De rechtbank oordeelt dat verweerder op het moment van het instellen van het beroep reeds besluiten had genomen op de aanvragen en bezwaren van eiser, inclusief besluiten over de verschuldigdheid van dwangsommen.
De rechtbank constateert dat eiser deel uitmaakt van een groep die frequent en op een onrechtmatige wijze contact zoekt met de gemeente Den Haag, waarbij ook beledigende en dreigende taal is gebruikt. Dit beïnvloedt de beoordeling van het beroep.
De rechtbank stelt vast dat de ingebrekestellingen van eiser niet concreet genoeg zijn en dat het beroep alleen betrekking kan hebben op besluiten waarop nog niet is beslist. Omdat verweerder op alle relevante aanvragen en bezwaren had beslist, is het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en eiser is vrijgesteld van griffierecht. Er zijn geen proceskosten toegekend. Eiser kan tegen deze uitspraak binnen zes weken een verzetschrift indienen.