ECLI:NL:RBDHA:2023:6450
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking verblijfsvergunning
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het primaire besluit genomen tot intrekking van de verblijfsvergunning van verzoeker op 13 april 2022. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd bij het bestreden besluit van 16 november 2022 ongegrond verklaard.
Verzoeker stelde beroep in tegen het bestreden besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 31 januari 2023 samen met een gerelateerde zaak.
De rechtbank heeft op dezelfde dag uitspraak gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.25638), waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wordt afgewezen.