Op 6 april 2023 werd de minderjarige voorlopig onder toezicht gesteld en een spoedmachtiging verleend voor opname in een gesloten jeugdhulpaccommodatie. De minderjarige vertoonde regelmatig wegloopgedrag, was onbereikbaar en hield contact met derden geheim. De grootmoeder, als verzorgende, was overbelast en kon de situatie niet langer aan.
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om een voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot gesloten opname voor drie maanden, met het oog op veiligheid en het onderzoeken van de benodigde hulp. De minderjarige en haar advocaat voerden verweer, stellende dat een gesloten plaatsing nadelig zou zijn en zij liever naar een open groep wilde. De grootmoeder bevestigde de overbelasting en het onvoorspelbare gedrag van de minderjarige.
De kinderrechter oordeelde dat er sprake was van ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die de ontwikkeling belemmeren en dat gesloten opname noodzakelijk is om te voorkomen dat de minderjarige zich aan hulpverlening onttrekt. De maatregelen werden toegewezen voor drie maanden, met de mogelijkheid tot eerdere overplaatsing naar een open setting. De beschikking werd op 19 april 2023 mondeling uitgesproken en schriftelijk vastgesteld op 3 mei 2023.