Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Beschikking op het op 21 februari 2023 ingediende verzoekschrift van:
[betrokkene01] ,
Feiten en procesverloop
- het verzoekschrift met bijlagen;
Rechtbank Den Haag
Verzoeker diende een klacht in tegen het toedienen van verplichte medicatie door de zorgaanbieder GGZ Rivierduinen, welke was aangezegd op 25 januari 2023. De klachtencommissie verklaarde de klacht ongegrond, waarna verzoeker de rechtbank inschakelde.
De rechtbank stelde vast dat onvoldoende was onderbouwd dat sprake was van ernstig nadeel dat dwangmedicatie rechtvaardigt. De zorgaanbieder kon de vermeende incidenten niet met stukken staven en na overplaatsing werd de medicatie gestaakt. De huidige behandelend psychiater stelde dat verzoeker geen gevaar meer vormde.
De rechtbank oordeelde dat er een minder bezwarend alternatief was, namelijk rust, en dat de dwangmedicatie disproportioneel was. Tevens werd geconstateerd dat de aanzegging van verplichte zorg niet tijdig was ingetrokken, wat extra immateriële schade veroorzaakte.
Op grond hiervan werd de klacht gegrond verklaard, de aanzegging vernietigd en een schadevergoeding van €300 toegekend wegens inbreuk op lichamelijke integriteit en de stress door de aanhoudende dreiging van dwangmedicatie.
Uitkomst: De klacht over onrechtmatige dwangmedicatie is gegrond verklaard, de aanzegging vernietigd en een schadevergoeding van €300 toegekend.