ECLI:NL:RBDHA:2023:6586
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot vergoeding proceskosten na intrekking beroep tegen niet-tijdige beslissing asielaanvraag
Verzoeker heeft op 25 juli 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 4 januari 2022. Vervolgens heeft de staatssecretaris bij besluit van 19 september 2022 de asielaanvraag ingewilligd, waardoor het beroep feitelijk overbodig werd en verzoeker het beroep heeft ingetrokken.
De rechtbank beoordeelt het verzoek tot vergoeding van proceskosten op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Omdat de staatssecretaris geheel aan het beroep tegemoet is gekomen door alsnog een besluit te nemen, acht de rechtbank het verzoek tot vergoeding van proceskosten kennelijk gegrond.
De proceskosten worden vastgesteld op €418,50, gebaseerd op een puntensysteem waarbij één punt wordt toegekend voor het indienen van het beroepschrift met een waarde van €837 en een wegingsfactor van 0,5 vanwege de lichte aard van het beroep. De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van dit bedrag aan verzoeker.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van €418,50 aan proceskosten aan verzoeker.