ECLI:NL:RBDHA:2023:6604
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens vertrek vreemdeling met onbekende bestemming
De zaak betreft een beroep tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om de asielaanvraag van eiser niet in behandeling te nemen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De staatssecretaris baseerde dit op artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 en de vaststelling dat Italië niet tijdig op een verzoek tot overname had gereageerd.
De rechtbank onderzocht ambtshalve of eiser nog procesbelang had bij het beroep. Uit gegevens van de staatssecretaris bleek dat eiser op 28 april 2023 met onbekende bestemming was vertrokken en geen contact meer had met zijn gemachtigde. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State betekent dit dat de vreemdeling geen prijs meer stelt op de bescherming hier te lande en dus geen rechtens te beschermen belang meer heeft.
De rechtbank concludeerde daarom dat het beroep niet-ontvankelijk is en verklaarde het beroep dienovereenkomstig. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken.