ECLI:NL:RBDHA:2023:6607
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De aanvraag werd ingediend op 13 september 2022, met een beslistermijn van 90 dagen, later verlengd tot zes maanden. De staatssecretaris had uiterlijk 13 maart 2023 moeten beslissen, maar deed dit niet.
Eiseres stelde de staatssecretaris op 28 maart 2023 rechtsgeldig in gebreke en diende op 13 april 2023 tijdig beroep in. De rechtbank acht het beroep kennelijk gegrond. Gelet op de bijzondere omstandigheden rond gezinshereniging bij asielvergunninghouders, legt de rechtbank een langere beslistermijn van twintig weken na verzending van deze uitspraak op.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd voor overschrijding van deze termijn. De reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442 worden aan eiseres toegekend. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €418,50 en het betaalde griffierecht van €184.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, legt een termijn van twintig weken op voor besluitvorming en een dwangsom bij overschrijding.