ECLI:NL:RBDHA:2023:6608
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De aanvraag werd ingediend op 5 september 2022, waarna de beslistermijn door verweerder werd verlengd tot zes maanden, met een uiterste beslisdatum van 5 maart 2023. Deze termijn is verstreken zonder besluit.
Eiseres stelde verweerder op 20 maart 2023 rechtsgeldig in gebreke en diende op 6 april 2023 het beroep in, waarmee het beroep tijdig werd ingediend. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het niet tijdig genomen besluit, gelijkgesteld aan een besluit.
De rechtbank legt een termijn van twintig weken op waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen, met een dwangsom van € 100 per dag bij overschrijding, maximaal € 7.500. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van € 1.442, proceskosten van € 418,50 en vergoeding van het betaalde griffierecht van € 184.
De rechtbank motiveert de langere termijn vanwege de bijzondere aard van de aanvraag om gezinshereniging bij een houder van een asielvergunning en verwijst naar eerdere jurisprudentie. Het vonnis is gewezen door rechter A.C.J. van Dooijeweert en griffier S.C. Spruijt en is openbaar gemaakt.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen met een dwangsomregeling bij overschrijding.