ECLI:NL:RBDHA:2023:6610
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De aanvraag werd ingediend op 6 juli 2022, en de beslistermijn was verlengd tot zes maanden, waardoor uiterlijk op 6 januari 2023 een besluit had moeten zijn genomen. Verweerder heeft echter niet binnen deze termijn beslist.
Eiseres stelde verweerder op 15 maart 2023 rechtsgeldig in gebreke en diende op 4 april 2023 beroep in. De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en kennelijk gegrond is. Gelet op de bijzondere omstandigheden rond gezinshereniging bij houders van een asielvergunning, wordt een langere termijn van twintig weken opgelegd waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen.
Daarnaast wordt een dwangsom van € 100 per dag opgelegd voor elke dag dat de termijn wordt overschreden, met een maximum van € 7.500. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van € 1.442, de proceskosten van € 418,50 en het griffierecht van € 184. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen de gestelde termijn alsnog te beslissen.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard, verweerder opgedragen binnen twintig weken alsnog te beslissen met oplegging van dwangsom en veroordeling in kosten.