ECLI:NL:RBDHA:2023:6611
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn van zes maanden, verlengd door verweerder, is verstreken zonder besluit. Eiseres heeft verweerder rechtsgeldig in gebreke gesteld en tijdig beroep ingesteld.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en dat sprake is van een bijzonder geval vanwege de aard van de aanvraag (gezinshereniging bij houder van asielvergunning). Daarom wordt een langere beslistermijn dan de standaard twee weken opgelegd, namelijk twintig weken na verzending van deze uitspraak.
Daarnaast wordt een dwangsom van € 100 per dag opgelegd voor elke dag dat verweerder deze termijn overschrijdt, met een maximum van € 7.500. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van de reeds verbeurde dwangsommen (€ 1.442) en de proceskosten van eiseres (€ 418,50). Het griffierecht wordt aan eiseres kwijtgescholden vanwege haar inkomen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een termijn van twintig weken en een dwangsom op voor het alsnog beslissen op de mvv-aanvraag.