ECLI:NL:RBDHA:2023:6612

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 maart 2023
Publicatiedatum
9 mei 2023
Zaaknummer
NL22.24986
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten wegens overschrijding beslistermijn in vreemdelingenzaak

Verzoeker is op 6 december 2022 in beroep gegaan tegen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid omdat deze niet tijdig had beslist op zijn aanvraag. Nadat verzoeker het beroep had ingesteld, heeft de verweerder op 6 januari 2023 alsnog een beslissing genomen. Vervolgens heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van zijn proceskosten.

De rechtbank heeft geen zitting gehouden omdat dit niet nodig was volgens artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek om proceskostenvergoeding, waaruit de rechtbank afleidt dat er geen bezwaar is tegen betaling.

De rechtbank oordeelt dat verzoeker recht heeft op vergoeding van zijn proceskosten omdat de beslistermijn is overschreden. Omdat verzoeker een professionele juridische hulpverlener heeft ingeschakeld en de zaak alleen over de overschrijding van de beslistermijn gaat, wordt een lager bedrag toegekend van €418,50. Tevens moet verweerder het griffierecht vergoeden.

Uitkomst: De Staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van €418,50 aan proceskosten en het griffierecht aan verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.24986
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. R.M. Boesjes), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder heeft niet gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
3. Verzoeker is op 6 december 2022 in beroep gegaan, omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op zijn aanvraag. Op 6 januari 2023 heeft verweerder alsnog een beslissing genomen op zijn aanvraag. Verzoeker heeft daarna het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ingetrokken en daarbij de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
4. Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek van verzoeker. De rechtbank leidt hier uit af dat verweerder er geen bezwaar tegen heeft om de proceskosten van verzoeker te betalen.
5. Omdat verweerder pas nadat verzoeker in beroep is gegaan een beslissing heeft genomen, krijgt verzoeker een vergoeding voor de proceskosten die hij heeft gemaakt. Verweerder moet dit betalen. Volgens het Bpb is dit een vast bedrag omdat verzoeker een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor hem een beroepschrift in
te dienen.
6. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden, wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Toegekend wordt € 418,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 837,- en een wegingsfactor 0,5).
7. Verweerder moet ook het griffierecht aan verzoeker betalen (artikel 8:41 van Pro de Awb).

Beslissing

De rechtbank:
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 418,50.
  • bepaalt dat verweerder het griffierecht dat verzoeker heeft betaald moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.E.M. van Abbe, rechter, in aanwezigheid van D.A.M. Delger, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
02 maart 2023

Documentcode: [documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.