ECLI:NL:RBDHA:2023:6628
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten wegens overschrijding beslistermijn in samenhangende vreemdelingenzaken
Verzoeksters zijn in beroep gegaan omdat de staatssecretaris niet tijdig had beslist op hun aanvraag. Nadat het beroep was ingediend, nam de staatssecretaris alsnog een beslissing, waarna verzoeksters het beroep introkken en vergoeding van proceskosten vorderden.
De rechtbank oordeelt dat verzoeksters recht hebben op proceskostenvergoeding omdat de beslistermijn is overschreden. Omdat het om samenhangende zaken gaat, wordt de vergoeding beperkt tot het bedrag dat voor één zaak zou worden toegekend, met een wegingsfactor van 0,5 vanwege het beperkte onderwerp.
De rechtbank kent een vergoeding toe van €418,50, gebaseerd op het indienen van het beroepschrift en het inschakelen van een professionele juridische hulpverlener. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van dit bedrag. De uitspraak is gedaan door rechter M.C. Verra en griffier D.A.M. Delger op 15 februari 2023.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €418,50 aan proceskosten aan verzoeksters wegens overschrijding van de beslistermijn.