ECLI:NL:RBDHA:2023:6628

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 februari 2023
Publicatiedatum
9 mei 2023
Zaaknummer
NL22.20375 en NL22.20380
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrechtArt. 3 Bpb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten wegens overschrijding beslistermijn in samenhangende vreemdelingenzaken

Verzoeksters zijn in beroep gegaan omdat de staatssecretaris niet tijdig had beslist op hun aanvraag. Nadat het beroep was ingediend, nam de staatssecretaris alsnog een beslissing, waarna verzoeksters het beroep introkken en vergoeding van proceskosten vorderden.

De rechtbank oordeelt dat verzoeksters recht hebben op proceskostenvergoeding omdat de beslistermijn is overschreden. Omdat het om samenhangende zaken gaat, wordt de vergoeding beperkt tot het bedrag dat voor één zaak zou worden toegekend, met een wegingsfactor van 0,5 vanwege het beperkte onderwerp.

De rechtbank kent een vergoeding toe van €418,50, gebaseerd op het indienen van het beroepschrift en het inschakelen van een professionele juridische hulpverlener. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van dit bedrag. De uitspraak is gedaan door rechter M.C. Verra en griffier D.A.M. Delger op 15 februari 2023.

Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €418,50 aan proceskosten aan verzoeksters wegens overschrijding van de beslistermijn.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.20375 en NL22.20380

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoekster 1] en [verzoekster 2] ,tezamen verzoeksters V-nummer: [V-nummer 1] en [V-nummer 2]
(gemachtigde: mr. I.M. Zuidhoek), en
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeksters om vergoeding van hun proceskosten.
Verweerder heeft gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
3. Verzoeksters zijn op 10 oktober 2022 in beroep gegaan, omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op hun aanvraag. Op 9 januari 2023 heeft verweerder alsnog een beslissing genomen op hun aanvraag. Verzoeksters hebben daarna het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ingetrokken en daarbij de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
4. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoeksters en aangegeven dat hij de proceskosten van verzoeksters wil betalen, maar dat wel sprake is van samenhangende zaken.
5. Omdat verweerder pas nadat verzoeksters in beroep zijn gegaan een beslissing heeft genomen, krijgen verzoeksters een vergoeding voor de proceskosten die zij hebben gemaakt. Verweerder moet dit betalen. Volgens het Bpb is dit een vast bedrag omdat
verzoeksters een professionele (juridische) hulpverlener hebben ingeschakeld om voor hen een beroepschrift in te dienen.
6. De rechtbank beschouwt de zaken vanwege de inhoud als samenhangende zaken. Daarom blijft de hoogte van de vergoeding beperkt tot het bedrag dat in een zaak zou worden toegekend (artikel 3 van Pro het Bpb). Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden, wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 418,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 837,- en een wegingsfactor 0,5).

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeksters tot een bedrag
van € 418,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. Verra, rechter, in aanwezigheid van D.A.M. Delger, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
15 februari 2023

Documentcode: [documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.