ECLI:NL:RBDHA:2023:6637
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens toegewezen asielaanvraag
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 7 september 2021. Tijdens de procedure heeft de staatssecretaris op 2 maart 2023 alsnog het asielverzoek ingewilligd. Hierop heeft verzoekster het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van haar proceskosten.
De rechtbank heeft de staatssecretaris in de gelegenheid gesteld te reageren, waarna deze aangaf bereid te zijn de proceskosten tot €418,50 te vergoeden. De rechtbank heeft zonder zitting uitspraak gedaan op het verzoek om proceskostenveroordeling, op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank oordeelt dat de proceskostenvergoeding terecht is omdat het beroep is ingetrokken vanwege de tegemoetkoming door de staatssecretaris. De proceskosten worden vastgesteld op €418,50, gebaseerd op één punt voor het indienen van het beroepschrift met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de lichte aard van het beroep, dat alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.
De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van deze proceskosten aan verzoekster.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €418,50 aan proceskosten aan verzoekster.