Eiseres, met de Filipijnse nationaliteit, werd illegaal aangetroffen in Nederland en kreeg een terugkeerbesluit opgelegd. Haar paspoort werd tijdelijk in bewaring genomen. Eiseres voerde aan het paspoort nodig te hebben voor de erkenning van haar minderjarige kind, wat noodzakelijk was voor gezamenlijke uitreis.
Het bezwaar tegen de bewaring van het paspoort werd zonder herstelverzuim afgewezen, wat in strijd is met artikel 6:6, sub a van de Awb. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit. Omdat eiseres na erkenning van haar kind haar paspoort weer heeft teruggegeven en berust in de bewaring, is er geen procesbelang meer.
De rechtbank laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand en veroordeelt verweerder tot vergoeding van de proceskosten. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan connexiteit.